Natuurnieuws

Lentewaarnemingen: vogels!

Boompieper
Anthus trivialus
FboompieperHet is 20 april en een frisse ochtend, want het heeft licht gevroren de afgelopen nacht. Het duurt daarom even voordat de vogelzang op gang komt, maar dan is de eerste boompieper van dit jaar duidelijk te horen.

De boompieper overwintert in Afrika en vanaf eind maart/begin april arriveert hij in ons land. De mannetjes beginnen dan vrijwel direct met het bepalen van hun territorium. Dit is goed te zien op de natuurbegraafplaats, waar deze dag overal de zangvlucht te zien is. Het mannetje vliegt vanuit een boom steeds verder omhoog en daalt vervolgens als een soort parachute, met stijve vleugels en hangende poten naar beneden om weer in een andere boom te landen. Hierbij laat het mannetje een serie felle klanken horen die aan het einde afdalen.

Typisch aan de boompieper is dat je de melodieuze zang overdag kunt horen, terwijl andere vogelsoorten dan niet meer zingen.

Fitis
Phylloscopus collybita
ffitisDe fitis is een kleine bruine zangvogel die uiterlijk veel lijkt op de tjiftjaf. Er zijn wel verschillen: zo heeft de fitis bruinroze pootjes en de tjiftjaf donkere pootjes. Daarnaast heeft  de fitis een opvallende wenkbrauwstreep. Aan het geluid kun je heel duidelijk het verschil waarnemen tussen deze twee vogels. De tjiftjaf herhaald steeds zijn eigen naam, maar de fitis heeft een uitgebreider liedje. Een vloeiend en zacht fluitend, aflopend riedeltje.

De fitis broedt in open bossen, moerassen, bosschages, parken en tuinen met loofbomen.

Het is een algemene zomergast in Nederland. De fitis bouwt zijn nest op de grond van gras en mos en het nest wordt van binnen bekleed met veren. De fitis eet voornamelijk insecten die op een behendige manier worden gevangen. Soms in een korte achtervolging door struikgewas en dan weer meer fladderend en vlug als een vliegenvanger. 

Gaai
Garrulus glandarius
Fgaai shutterstock 630De gaai behoort tot de kraaien en werd in het verleden ook wel Vlaamse gaai genoemd. De gaai is grotendeels een standvogel en dus het gehele jaar aanwezig in ons land.

De gaai staat vooral bekend om zijn luidruchtige aanwezigheid. Luide hese schreeuwen zijn kenmerkend en fungeren als een soort alarmsysteem voor andere bosbewoners. Al loop je nog zo rustig door het bos, een groep gaaien zal je aanwezigheid verraden.

Wat misschien minder mensen weten, is dat de gaai ook heel goed geluiden kan imiteren. Tijdens een vogelmonitoring op de natuurbegraafplaats hoorden wij eerst een buizerd en even later uit dezelfde boom een havik. In beide gevallen was het een gaai die deze roofvogels tot in perfectie nadeed.

Nog een kenmerkende eigenschap van de gaai is het begraven van o.a. eikels en beukennootjes, om deze in voedselarme tijden, bijvoorbeeld in de winter, weer op te graven. Deze vruchten worden lang niet allemaal teruggevonden in de winter. De vergeten zaden kunnen dan ontkiemen en voor bosverjonging zorgen.

Houtsnip
Scolopax rusticola
fhoutsnipDe houtsnip is een unieke steltloper, omdat hij in het bos leeft. Hij is al een aantal keer door ons gespot op de natuurbegraafplaats. Op het allerlaatste moment vliegt de houtsnip op van de bosbodem om met een klepperende vleugelslag een eind verder weer de beschutting op te zoeken. De houtsnip heeft een prachtig verenkleed dat qua kleur sterk lijkt op dorre blaadjes. Een zeer goede camouflage en ook handig als je een broednest op de bosbodem hebt. Het nest is een beklede kom op een beschaduwde plek in het bos.

Een houtsnip is het beste te zien in de avondschemering, vooral van april tot juni als de mannetjes hun karakteristieke baltsvluchten laten zien. Ze vliegen dan in enorme rondes vlak boven de boomgrens. Tijdens de baltsvlucht laten ze knorrende geluiden horen, gevolgd door een harde hoge toon. Heb je eenmaal een houtsnip in baltsvlucht gespot, dan kun je op dezelfde plek blijven staan, want na een aantal minuten komt hij weer over exact dezelfde plek overvliegen.

Kuifmees
Parus cristatus
fkuifmeesWe kennen allemaal wel de koolmees en de pimpelmees die in onze tuinen graag gebruik maken van het voer dat we voor ze ophangen. De kuifmees heeft meer de voorkeur voor naaldbos en is daar het gehele jaar door te vinden. De naam zegt het al, de kuifmees heeft een kuif met een prachtige zwart-witte tekening. De kuifmees kan zijn kuif plat naar achteren vouwen, maar vaker staat zijn kuif rechtop. Verder heeft de vogel een zwarte oogstreep, een zwarte keel en een zwarte halsband. De mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit.

Vorig jaar waren er zes broedparen op de natuurbegraafplaats. De kuifmezen hakken hun nest uit in een rotte boomstam of stronk of maken gebruik van een bestaande holte. De lokroep is een herkenbare triller die vaak wordt herhaald. De zang is een combinatie van roepjes en ratelende tonen.

Het voedsel van de kuifmees is afwisselend en afhankelijk van het seizoen. In de winter bestaat het meer uit zaden, zoals van de den, en in de zomer komen daar allerlei insecten bij, zoals mieren en spinnen.

De natuurbegraafplaats vanuit de lucht

20160505 V539a In mei 2016 werd deze luchtopname gemaakt, de heide, de meanderende Duivelsrijtse loop en Slingerdijk zijn goed te zien. 

Gespot in juni: Zonnedauw

Kleine Zonnedauw
Drosera intermedia
11 juni

20160611 Kleine zonnedauw

De kleine zonnedauw groeit op de Natuurbegraafplaats met enkele tientallen exemplaren rondom het ven. Dat is niet zo gek, want dit bijzondere vleesetende plantje heeft een specifieke voorkeur voor een zonnige standplaats op natte, zeer voedselarme grond. In voedselrijkere gebieden zou het tere plantje al snel worden verdrongen door hogere planten.

Zonnedauw haalt haar voedsel uit de kleine insecten, voornamelijk muggen, die zij vangt. Door middel van de kleverige druppels aan de bladeren van het plantje wordt de prooi gevangen en door enzymen verteerd. Kleine zonnedauw bloeit met kleine witte bloempjes.

20160611 Habitat kleine zonnedauw

Verslag Natuurwandeling 28 mei 2016

Onze ecoloog Martijn van de Loo (Soontiëns Ecology) houdt de natuurwaarden van het terrein in de gaten en brengt regelmatig verslag uit van de ontwikkelingen op het gebied van biodiversiteit en ecologie. Tijdens de ‘Week van de Begraafplaats’ op 28 mei leidde Martijn geïnteresseerden rond op het terrein en liet daarbij verschillende bijzondere dieren zien en horen die op de be­graafplaats leven en broeden.

20160528 broedplaats grote bonte specht

Door het bos klonken de geluiden van diverse vogelsoorten,met name boompiepers en gekraagde roodstaarten lieten van zich horen. De groep stuitte tijdens de wandeling op een nest bonte spechten: de jongen veilig verscholen in een hol in een boom, de ouders af en aan vliegend met voedsel.

Bij het ven gingen Martijn en de deelnemers op zoek naar het leven onder en rond het water. Een bijzondere vondst was de vinpoot­salamander (Lissotriton helveticus).Deze zeldzame soort komt met name voor op zandgronden in Noord-Brabant en Limburg. Het mannetje van de vinpootsalamander heeft zwarte zwemvliezen aan zijn poten, waaraan de soort zijn naam dankt. In het ven leven ook alpenwatersalamanders.

2016 05 28 10.58.08

Rondom het ven waren veel libellen te zien. Libellen doorstaan als larve verschillende stadia voordat ze volwassen worden. Het totale larvestadium kan dan ook één tot twee jaar - en soms zelfs nog langer - duren. In die tijd groeien de larven door te vervellen. De huidjes die daarbij achterblijven, zijn te vinden rondom het ven. Ook de larven van de libellen kunnen worden aangetroffen.

Ook geïntereseerd in de natuur op de Natuurbegraafplaats? U kunt Martijn helpen: regelmatig worden er excursies en velddagen geor­ganiseerd, waarbij vogels, zoogdieren, plantensoorten, amfibieën, reptielen en dagvlinders worden geteld. Door u op te geven als vrijwilliger kunt u een bijdrage leveren aan het in kaart brengen van de verschillende soorten en de stand van de natuur op het terrein.